Het TASC-model

Het TASC-model is erg populair in het onderwijs. Van oorsprong was het bedoeld voor hoogbegaafde leerlingen, maar eigenlijk werkt het TASC-model voor elke leerling. Zeker wanneer het TASC-model gebruikt wordt om meer inzicht in het leerproces te krijgen.

Leren leren kan door het TASC-model namelijk heel snel behaald worden.

TASC praktijk

Belle Wallace

Het model, zoals we dat nu gebruiken, werd in 2000 vormgegeven door Belle Wallace. Het was in de eerste plaats bedoeld om hoogbegaafde leerlingen meer bewust te maken van hun leerproces. Qua lesstof en cognitie redden deze kinderen het wel, maar het samenwerken met anderen en het overzien van het geheel was vaak het probleem.

Vandaag de dag helpt het TASC-middel kinderen om het geheel te overzien en om richting te geven aan het leerproces.

 

Het TASC-model

Achtereenvolgens komen 8 vragen aan de orde, die kinderen bewust maken van wat ze al weten, wat er van ze verwacht wordt en hoe ze die verwachting (naar zichzelf, de leerkracht en medeleerlingen) kunnen waarmaken. De 8 vragen van het TASC-model zijn:

1. Wat weet ik al?

De voorkennis wordt geactiveerd. Kinderen gaan na welke kennis over het onderwerp ze al in huis hebben. Deze kennis kunnen ze inzetten tijdens de opdracht.

2. Wat is de opdracht? Wat is het doel?

Veelal werken kinderen roekeloos aan een opgave, zonder zich echt bewust te zijn van wat ze moeten doen. Door erbij stil te staan wat de opdracht en het doel zijn, worden ze zich bewuster en kunnen ze zich meer focussen op de daadwerkelijke uitvoering.

3. Welke ideeën kan ik bedenken?

Welke input kan een kind geven om de opdracht in te vullen. Er kan een mindmap gemaakt worden om tot een plan e komen. In samenwerking worden alle kinderen aangemoedigd om met ideeën te komen.

4. Wat is het beste idee?

Als er dan ideeën zijn om het doel te bereiken, gaan kinderen met elkaar in overleg om tot het beste idee te komen. Waarom is dit het beste idee? Het is belangrijk dat niet degene met de grootste mond zijn of haar idee opdringt, maar dat er goed over gesproken wordt.

5. Aan de slag!

Tijd voor de uitvoering van de taak. De eerste 4 stappen hebben het denken en het doel aangewakkerd. Nu gaan de leerlingen praktisch aan de slag.

6. Wat is het resultaat?

Aan het einde van de taak wordt er gekeken naar wat het de kinderen heeft opgeleverd. Wat is het resultaat? Zijn ze over het resultaat tevreden? Waarom wel of niet? Hoe kan het anders?

In deze stap worden leerlingen zich bewust van hun inzet en inbreng in de groep. Het evalueren is erg belangrijk.

7. Delen van het resultaat

Een presentatie is een goede manier om het resultaat te bespreken, maar ook de werkhouding. Wat hebben de kinderen elkaar bij kunnen brengen?

8. Wat heb ik geleerd?

In de laatste stap kijkt een leerling naar zichzelf. Wat heeft de activiteit hem of haar gebracht?

 

TASC-model in de praktijk

Het TASC-model werkt zeker in de bovenbouw erg goed. Het kan wel veel schelen als er van tevoren een goed voorbeeld gegeven is. Wanneer de leerkracht de verschillende stappen duidelijk visualiseert – door bijvoorbeeld voor te doen – kan het resultaat echt optimaal zijn.

Het is ook goed om de werking van het TASC-model in de beginfase regelmatig met de leerlingen te bespreken.

 

Bewaren

Bewaren

Programmeren met Bomberbot

Mediamasters zijn kinderen die mediawijs zijn. Ze beheersen mediabegrippen, sociale enquête en weten wat er speelt. Eén van de methodes die heel eg inspeelt op de mediawijsheid van leerlingen en de digitale geletterdheid, is de programmeermethode Bomberbot.

Jonge kinderen leren met Bomberbot programmeren en worden zo optimaal voorbereid op de leerling van 2032: het jaar waarin de huidige leerlingen actief zijn op de arbeidsmarkt.

 

Programmeren

Het vak “programmeren” treedt steeds meer naar de voorgrond. Op middelbare scholen wordt er les in gegeven en ook hbo-instellingen stromen vol met studenten die het programmeren eigen willen maken.

Programmeren houdt in dat je een computer kunt vertellen wat hij moet doen. Je programmeert bijvoorbeeld een stukje software, zodat programma’s op een device het goed doen. Je programmeert bij wijzen van apps en spelletjes, maar ook applicaties als rekenmachines en methoden om het weer te bekijken.

Een andere vorm van programmeren is wanneer je hardware zodanig instelt dat het doet wat jij wil.

Op de basisschool kunnen leerlingen met Bomberbot een robot programmeren, zodanig dat hij doet wat zij willen.

Bomberbot in de klas

Codetaal

Leerlingen leren op speelse wijze de taal van het coderen. Pseudocode bijvoorbeeld. Wanneer een robot van de ene kant van de kamer naar de andere kant van de kamer moet lopen, horen daar opdrachten bij. Die opdrachten worden in pseudocode onder elkaar gezet, zoals:

Zet een stap vooruit;

Zet een stap vooruit;

Zet een stap vooruit;

Draai een kwartslag;

Zet een stap vooruit;

Zet een stap vooruit.

Maar al snel omgezet in pijltjes, symbooltjes en moeilijker gemaakt met tal van opdrachten. Zo moet het robotje sterren verzamelen en robijnen kapot hakken.

 

Level voor level

Bomberbot leert als een spel. Level voor level komen de kinderen verder en leren ze meer. Van loops naar nested loops en over functies en het herhalen van functies. Hoewel het in duidelijke taal wordt behandeld, worden ook de symbolen van echte programmeertaal in de lessen niet geschuwd. Zo worden leerlingen al warm gedraaid, zonder dat ze echt aan het coderen hoeven. Dat is pas iets voor later.

 

Spelenderwijs wijzer worden

De methode Bomberbot laat leerlingen op spelenderwijs wijzer worden in het programmeren. Maar bovenal helpt het leerlingen logisch na te denken. De robot kan uit zichzelf niets. Je moet stap voor stap vertellen wat je wil. Dat vereist een bepaald inzicht en Bomberbot helpt dat logische inzicht te verkrijgen.

Wat dat betreft is het gebruik van Bomberbot een absolute aanrader voor scholen die hun leerlingen mediawijs willen maken en klaar willen stomen voor leven en werken in de 21e eeuw.